De discussie over de Friese economie, recent aangezwengeld door de Rabobank (LC 4 juli 2025), raakt mij in het hart. Als gastvrijheidseconoom valt mij op hoe beperkt het begrip ‘stuwende sectoren’ wordt toegepast.
Horeca, vrije tijd en toerisme – de gastvrijheidseconomie – worden nog te gemakkelijk weggezet als ‘niet stuwend’, terwijl ze juist cruciaal zijn voor brede welvaart en leefbaarheid in onze regio.
Gastvrijheid 2.0, ik noem het in mijn promotieonderzoek ‘hospitability’, gaat verder dan het gastvrij ontvangen van toeristen; het verbindt de hele maatschappij. Hospitability is gastvrijheid als maatschappelijke kracht die gemeenschappen verbindt en economische groei stimuleert. Deze gastvrije cultuur is de voedingsbodem waarop zogenoemde stuwende sectoren kunnen groeien en bloeien. Zonder gastvrijheid geen groei.
Circulaire bollebozen
Gastvrijheid zit diep in onze Friese mentaliteit, het bepaalt hoe we samenwerken en voor elkaar zorgen. Het is essentieel om talentvolle mensen aan te trekken én hier te houden.
Natuurlijk moeten er keuzes gemaakt worden. Maar laten we daarbij niet vergeten dat een kantoor van Wetsus ook schoonmakers nodig heeft en dat circulaire bollebozen op zaterdagavond een (duurzaam) hapje willen eten. Zonder mensen in de horeca, kinderopvang, schoonmaak en logistiek staat ook de meest innovatieve economie stil. Investeren in een gastvrije cultuur stuwt daadwerkelijk de economie.
‘Friese paradox’
Laten we blijven investeren in de aantrekkelijke kenmerken van onze regio: sfeer, cultuur, natuur, goed onderwijs, veiligheid en betaalbare huisvesting. Deze kwaliteiten vormen geen randvoorwaarden, maar zijn de dragende pijlers van brede welvaart.
Onze ‘Friese paradox’ toont aan dat financiële maatstaven alleen niet genoeg zijn. Wat is economische groei waard als deze niet samengaat met gezondheid, leefbaarheid en sociale samenhang? Bovendien geldt het grote personeelstekort niet alleen voor zogenoemde stuwende sectoren, maar ook voor ondersteunende beroepen zoals glazenwassers, peuterleidsters, koks en verpleegsters. Zonder deze mensen draait geen enkele sector soepel. En wat betekent ‘niet stuwend’ voor mensen die werken bij werkleerbedrijven zoals Caparis en Empatec?
‘Mei elkoar troch de tiid’
De analyse van de Rabobank, onlangs gepresenteerd aan Gedeputeerde Staten, benadrukt terecht dat Friesland economisch sterker moet worden. Maar dat vraagt om een brede, verbindende visie, die ruimte biedt voor samenwerking tussen alle sectoren. Het is niet óf het één óf het ander, maar én én. Het besef dat we elkaar nodig hebben, niet op onze eigen terpjes, maar ‘mei elkoar troch de tiid’, is de enige weg vooruit.
Friesland kan en moet haar sterke punten benutten. Door hospitability en de gastvrijheidseconomie als verbindende krachten serieus te nemen, bouwen we aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke provincie voor iedereen.
Geesje Duursma is horecaondernemer in Burgum en gastvrijheidseconoom
Geesje Duursma
