Lezen onder de deken: een pleidooi voor hospitability

De dag voor zijn overlijden plaatste Jan Terlouw, 93 jaar, nog een minibibliotheekje voor zijn huis. Een eenvoudig houten kastje langs de stoep, gevuld met boeken. Geen slot, geen pasje, geen voorwaarden. Je mag er zomaar een boek uithalen, of er een inzetten.
Een klein gebaar, maar veelzeggend. Het straalt vertrouwen uit, en roept op tot wederkerigheid. Je neemt, maar je draagt ook bij. Voor mij is dit de essentie van  hospitability .
Dat woord is méér dan gastvrijheid. Het gaat niet alleen om de ander welkom heten, het vraagt ook iets van de gast. Een open houding, nieuwsgierigheid, de bereidheid om geraakt te worden door wat je nog niet kent. In de bibliotheek komt dat samen. Niet als beleidsconcept, maar als dagelijkse praktijk. Mensen komen er lezen, leren, wachten, verdwalen, ontdekken. De bibliotheek stelt haar ruimte beschikbaar, maar vraagt in ruil ook respect, aandacht, betrokkenheid en dat je je als gast gedraagt.
Terlouw begreep hoe belangrijk zulke plekken zijn. In zijn verhalen, die ik als kind verslond net als die van Thea Beckman, draaide het altijd om keuzes maken, avontuur, verantwoordelijkheid nemen, juist als het moeilijk is. Hun boeken vroegen iets van mij als lezer. Ze waren niet hapklaar, en juist dat maakte ze zo vormend.
Koning & Koning
Vandaag is dat soort lezen urgenter dan ooit. In delen van Amerika worden boeken geweerd die gaan over diversiteit, identiteit of ongemakkelijke waarheden.  Koning & Koning , een kleurrijk prentenboek van Linda de Haan uit Burgum en Stern Nijland, over een prins die verliefd wordt op een prins, staat op sommige zwarte lijsten. In Nederland ligt het gelukkig nog gewoon in het zicht, maar ook hier klinkt steeds vaker de roep om bepaalde verhalen buiten de deur te houden.
Tegen die beweging in biedt lezen iets wezenlijks, zeker als het gebeurt buiten de snelle stroom van sociale media, waar meningen botsen voordat gedachten zijn gerijpt. Lezen is geen reactie, maar een uitnodiging tot reflectie. Geen oordeel, maar een verhaal dat zich langzaam ontvouwt. Schermloos. Spannend. Verdiepend.
De minibiebs in de wijk, de leestafels in de bibliotheek, de voorleesuurtjes op school, het zijn oefenplaatsen voor  hospitability , voor geven en ontvangen, luisteren en spreken, je inleven in een ander en jezelf daarin leren kennen.
Terlouws laatste daad was een uitnodiging. Om te blijven lezen. Te blijven delen. En ruimte te maken voor het verhaal van de ander, én je eigen rol daarin. Zoals ik vroeger onder de deken lag met een zaklamp en een boek van Terlouw of Beckman. Daar begint het nog altijd.